Kennisfabriek

Er wordt nog wel eens gezegd over het onderwijs dat school geen ‘kennisfabriek’ moet zijn. Een negatieve term die aangeeft dat school hersenloze zombies aflevert, dat het niet alleen moet draaien om kennisverwerving. Met Het Trivium kan ik niet anders dan het hier mee eens zijn. Echter, de term suggereert ook dat kennis (en daarbij informatie) schadelijk kan zijn voor de ontwikkeling van een leerling, en niet te veel moet worden gegeven, zoals je een kopje koffie een ‘bakkie verslaving kunt noemen’, of limonade een ‘tandenbreker’. Kennis moet ruimte maken voor persoonlijke ontwikkeling, vaardigheden, creativiteit, kritisch denken en jezelf ontdekken. Het vergaren van informatie en het ontwikkelen van kennis zijn echter fundamenteel voor goed onderwijs en vragen om een grote investering in tijd en energie in het middelbaar onderwijs.

In Het Trivium heb ik mijn raamwerk voor degelijk onderwijs gegeven. Goed onderwijs is het samenspel tussen grammatica (kennis vergaren over de wereld), dialectica (kritisch kijken naar de wereld) en de retorica (goed communiceren naar de wereld). In deze post wil uiteenzetten waarom kennis cruciaal is voor goed en degelijk onderwijs en dat het daarom ook zorgelijk is dat kennis (en zeker ook informatie) meer op de zijlijn komt te staan op scholen, als een reservespeler die alleen wordt ingezet wanneer nodig.

Wat is kennis?

Kennis is betekenisvolle informatie, je beheerst de feiten genoeg om er zinvolle acties mee te ondernemen, theoretisch of praktisch. Het is een samenspel tussen weten, begrijpen, en kunnen toepassen. Het is daarom belangrijk dat leerlingen worden geconfronteerd met veel (betekenisvolle) informatie dat kan worden omgezet in kennis. Hier volgen vijf redenen waarom informatie en kennis, naar mijn mening, cruciaal zijn voor degelijk en succesvol onderwijs.

  1. Creëren van concepten

Marty Lobdell in zijn Study Less, Study Smart geeft het verschil tussen feiten en concepten. Een feit vergeet je snel, een concept blijft je hele leven bij. Echter, je hebt feiten nodig om tot conceptuele inzichten te komen. De feiten zal je weer (deels) vergeten, maar het concept blijft je bij. Een feit is de naam van een bot, een concept is hoe deze functioneert in je lichaam.

“strategies of learning that help students identify and discern complex prototypes […] can help them grasp the kinds of contextual and functional differences that go beyond the acquisition of simple forms of knowledge and reach into the higher sphere of comprehension.”

Peter C. Brown, Henry L. Roediger III, Mark A. Daniel, make it stick, The Science of Successful Learning, p. 55

“[T]he aim of fact learning is not to learn just one fact – it is to learn several hundred, which taken together form a schema that helps you to understand the world.”

Daisy Christodoulou, Seven Myths about Education, p. 20

Ontneem informatie voor een leerling, ontneem de kennisverwerving, en leerlingen zullen meer moeite hebben concepten te begrijpen of tot nieuwe conceptuele inzichten te komen. Specifieke informatie leveren wanneer een leerling of docent deze nodig acht, is op de lange termijn inefficiënt. Je krijgt slechts stukjes van een groter verhaal te zien, en mist verbanden. Daarbij komt dat brede kennis tot inzichten kan komen waar je zelf nog niet aan had gedacht, omdat de informatie die je nodig had, buiten je inzichtspectrum lag. Veel van deze inzichten ontstaan in het onderbewuste, gevoed door een veelzijdigheid aan kennis.

Veel van deze inzichten ontstaan in het onderbewuste, gevoed door een veelzijdigheid aan kennis.

  1. Parate kennis

Er bestaan in de hersenen twee soorten geheugen: het kortetermijngeheugen en het lange. Het kortetermijngeheugen (of werkgeheugen) kan maar drie tot vier items onthouden (The magic number 4 in short-term memory: A reconsideration of mental storage capacity, N. Cowal). Christodoulou geeft in Seven Myths about Education het voorbeeld van een rekensom. 46 x 7 is moeilijk uit je hoofd te rekenen als je de tafels niet goed beheerst. Leerlingen die hun tafels niet kennen, kunnen mentaal deze som niet uitrekenen. Door gebruik te maken van je langetermijngeheugen, je parate kennis, kan je de som in stukjes knippen. Overigens haakt dit ook in op het punt één: 4 x 4 = 16 is vrij gelimiteerde kennis, maar twaalf tafels beheersen geeft wel toegang tot een beter begrip van wiskunde.

Een voorbeeld, voor mij, dichterbij huis is het leren van woordjes. Een enkel woordje leren lijkt zinloos. Maar in je schoolcarrière honderden woorden leren verbreedt je woordenschat om goed te kunnen lezen, schrijven, spreken en luisteren. Maar we hebben toch digitale woordenboeken? Het kost meer tijd om bij teksten continu woorden op te zoeken, het kost belachelijk veel tijd bij spreken. Daarnaast mis je een groot deel van de connectie tussen woorden omdat je ze als enkele items opzoekt en niet verbindt met behulp van je langetermijngeheugen. Je bent beter in staat een goede tekst te schrijven als het grootste gedeelte van de woorden van jezelf zijn, als je ze beheerst, en niet van een online woordenboek. een woord is immers meer dan een reeks letters. Wittgenstein zei ooit: “The limits of my language mean the limits of my world,” en Alan Watts gaf aan dat “The only thing you really know is what you can put into words.” Een parate, brede woordenschat geeft een betere mogelijkheid jezelf te verwoorden en anderen te begrijpen.

Het kost meer tijd om bij teksten continu woorden op te zoeken, het kost belachelijk veel tijd bij spreken.

Vaak wordt gezegd dat veel kennis van de middelbare school je later weer vergeet. Dit is echter een grove onderschatting van onze hersenenen. Veel van die kennis, mits degelijk eigengemaakt door spaced en layered learning, sluimert. Wanneer je tien jaar na de middelbare school weer Frans of Duits zou oppakken, zal je merken dat je niet meer op basisniveau zit, maar na enige oefening vrij snel op het niveau komt waar je het hebt achtergelaten.

  1. Informatievoorzieningen worden steeds minder betrouwbaar

Hoe meer informatie en kennis je van de wereld hebt, hoe beter je haar begrijpt en weerbaar bent tegen leugens en manipulatie. ‘Fake news’ komt steeds vaker voor en als school dienen wij leerlingen hierop voor te bereiden. Echter, het is de kennis van de wereld die helpt om te twijfelen aan een nieuwsbericht, of aan een Tweet. Als je deze ‘trigger’ niet hebt, als je eigen kennis niet wordt uitgedaagd, zal je niet snel tot waarheidsvinding komen. Hoe meer je weet over de wereld, hoe sneller je zaken in twijfel zult trekken die niet kloppen, hoe sneller je aan waarheidsvinding zult doen.

Hoe meer je weet over de wereld, hoe sneller je zaken in twijfel zult trekken die niet kloppen, hoe sneller je aan waarheidsvinding zult doen.

Over waarheidsvinding gesproken, veel van onze informatie is nu digitaal. Digitale informatie kneedbaar, veranderbaar, zonder dat het duidelijk is dat informatie is gemanipuleerd. Het is ook absurd te denken dat internet een database is die gebruikt kan worden als vervanging van ons geheugen. Niet alleen op maatschappelijk vlak (waar Orwell natuurlijk al voor waarschuwde in 1984: “The past was erased, the erasure was forgotten, the lie became the truth.”), maar ook op individueel vlak.

Door je ‘feitendatabank’ (voor een groot deel) te verplaatsen van je hersenen naar het internet, maak je jezelf afhankelijk van een systeem dat speelt met de waarheid. De mens wordt dan een ‘drone’, bespeelbaar door anderen, gevormd door de bubbels van Facebook en Google die informatie filteren of adverteren op zo’n manier dat je een vervormd beeld van de realiteit krijgt zonder dat er een tegengeluid kan worden gegeven.

  1. Weerbaar maken

Ik ben er persoonlijk van overtuigd dat meer kennis (en informatie) over de wereld je ook meer kennis geeft over jouw plek in die wereld en jezelf weerbaarder maakt.  Je geeft je hersenen meer gereedschap, of een voedzame bodem, om de wereld om je heen en jezelf daarin beter te begrijpen. En juist informatie en kennis waar je niet op zat te wachten kan daarbij helpen. Je hersenen worden een bibliotheek van ideeën, ervaringen (ook van anderen), suggesties en logica die je helpen op situaties te reflecteren en te anticiperen.

Daarnaast hebben jongeren last van een paradox: je wilt uitvinden wie je wilt worden, maar je bent gevangen in de interesses van vandaag en de behoeften van je huidige situatie. Het is aan een instantie als een school om jongeren breed op te leiden en ‘lastig’ te vallen met zaken waar zij niet het directe nut van inzien, of waar zij zelf niet op waren gekomen. Nieuwsgierigheid begint daar waar je een leerling confronteert met het onbekende. Juist wanneer leerlingen op een ‘enge’ manier informatie toebedeeld krijgen, zijn zij vatbaarder voor manipulatie van de bron van die informatie.

Nieuwsgierigheid begint daar waar je een leerling confronteert met het onbekende.

  1. Kritisch en creatief denken

Natuurlijk heeft niemand de waarheid (deze is immers onderhevig aan perceptie), maar dit ontneemt ons niet de plicht jongeren te leren waarom de wereld functioneert zoals hij nu functioneert. Dit is hoe er nu naar de wereld en naar haar problemen wordt gekeken.  Ben je het hier niet mee eens, dan weet je waartegen je ageert. School moet de voedingsbodem zijn voor kritische denkers en creatieve geesten, maar dat kan alleen met inhoud. Alleen dan kan je werken aan dialectica.

Kritiek zonder inhoud is roeptoeteren, schilderen zonder kennis is kladderen. Het is koken zonder kennis van ingrediënten. Ontneem een kind kennis (en informatie) en je ontneemt haar de mogelijkheid om kritisch naar problemen te kijken, kritisch naar zichzelf te kijken, en zichzelf creatief te uiten. Het onttrekken van kennis maakt blind, (Oost-Indisch) doof en stom.

Kritiek zonder inhoud is roeptoeteren, schilderen zonder kennis is kladderen.

Deze kennis (en informatie) moet ook gestructureerd worden gegeven, en niet incidenteel wanneer dit nodig is. Zulke sporadische momenten helpen niet tot het leggen van verbanden en het aanleren van schema’s, die tevens tijd besparen. Je zult de present perfect continuous alleen beter begrijpen als je de present perfect kent, maar je zult alleen de present perfect begrijpen als weet hoe de present en past simple functioneren.

Een brede kennis van de wereld betekent ook het kennen van niet direct toepasbare informatie. We weten niet wat de toekomst brengt, maar door te weten hoe de wereld tot het punt is gekomen wanneer verandering plaatsvindt, kan je beter anticiperen op die veranderingen. Het aanbieden van brede kennis levert veerkrachtige en flexibele individuen op in een veranderende wereld.

Het aanbieden van brede kennis levert veerkrachtige en flexibele individuen op in een veranderende wereld.

Grammatica, dialectica en retorica

Het vergaren en eigen maken van informatie en kennis kost veel tijd, maar, zoals ik hopelijk hierboven heb aangegeven wel van noodzakelijk belang. Natuurlijk moeten middelbare scholen leerlingen ook opleiden tot kritische denkers (over de wereld en over zichzelf) en hen leren hoe zij dit optimaal kunnen communiceren. Echter, dialectica en retorica hebben effectief minder tijd nodig om te worden beheerst. Grammatica (kennisvergaring) zou misschien in de lessen evenveel tijd toebedeeld moeten krijgen als dialectica en retorica samen. Het is de verantwoordelijkheid van de middelbare school om leerlingen af te leveren aan het MBO, HBO en WO met koffers vol informatie en kennis. Kennis die kritisch kan worden bekeken en duidelijk kan worden gecommuniceerd.

Het VO moet een bolwerk voor kennis zijn, en als mensen dat denigrerend een ‘kennisfabriek’ willen noemen, dan draag ik het label ‘fabrieksopzichter’ trots als geuzennaam. Confucius zei ooit: “Wie oude kennis koestert en constant nieuwe vergaart, mag een leraar van anderen zijn”. Ik zou zeggen, wie oude kennis koestert en constant nieuwe vergaart, kan een leraar voor zichzelf zijn.

Het Trivium

Waar gameful design helpt bij het bevorderen van een goed leerklimaat en leergedrag, helpt het trivium mij bij het bepalen van mijn onderwijsdoelen. Het idee van het trivium komt uit de Griekse oudheid, maar is nieuw leven ingeblazen door Martin Robinson in het boek Trivium 21c – Preparing young people for the future with lessons from the past. Het trivium geeft antwoord op een onderbuikgevoel dat ik al een paar jaar had in alle onderwijsdiscussies: kennis doet er toe en kritisch nadenken is belangrijk. Het combineert de waarde van het verleden met de uitdagingen voor de toekomst.

Het trivium werkt met drie pijlers die goed onderwijs moeten bevorderen: grammatica, dialectica en retorica.

“We have the art of grammar, learning about the way things were or are; which is challenged by the dialectic, questioning the way things were or are; and communicated through the art of rhetoric, showing how things could be.”

Martin Robinson, Trivium 21c – Preparing young people for the future with lessons from the past, p. 25

De onderdelen van de drie-eenheid versterken elkaar. Je moet eerst weten voordat je iets kunt bekritiseren, maar dat heeft alleen effect als je het goed kunt communiceren. Het trivium levert kritische, zelfstandige denkers.

Grammatica

Grammatica slaat hier niet op de structuur van een taal, maar op de kennis van het verleden en het heden: weten waarom dingen nu zijn zoals ze zijn, begrijpen waarom de Westerse maatschappij is gefundeerd op Christelijke waarden, het inzien van algebra, het weten hoe de landen in de wereld verdeeld zijn. Grammatica laat je een interpretatie van de wereld zien zoals deze op dit moment wordt aanschouwd. Dit is geen absolute waarheid en binnen het trivium is het juist voorbestemd om uitgedaagd te worden door de dialectica.

“If you are going to rip up the rules of literature, you need to know the rules of literature.”

Martin Robinson, Trivium 21c – Preparing young people for the future with lessons from the past, p. 112

Je kunt alleen de wereld bekritiseren als je weet wat er was. Een mooi voorbeeld vind ik Picasso. Picasso is het boegbeeld van je eigen stijl vinden, de heersende ideeën uitdagen, maar voordat hij dit kon moest hij eerst de technieken kennen en beheersen. Het linkerschilderij (Wetenschap en naastenliefde) is uit 1897, het rechterschilderij (Drie muzikanten) is uit 1921.

Zonder grammatica is de dialectica ongefundeerd onderbuikgeschreeuw en de communicatie slechts holle retoriek. Grammatica beschermt het individu van populisme en van de waan van de dag. Het geeft een gedeeld platform waarover je met elkaar betekenisvol kunt discussiëren.

Informatie, kennis en begrip
Het is belangrijk het verschil te kennen tussen informatie, kennis en begrip. Informatie is wat je kunt googlen. Het zijn feiten die je kunt verwerken. Kennis is betekenisvolle informatie, dat wil zeggen je beheerst de feiten genoeg om er zinvolle acties mee te ondernemen, theoretisch of praktisch. De laatste stap is dat je de kennis daadwerkelijk begrijpt.

Mijn dochter is vier en speelt af en toe The Sims, een soort digitaal poppenhuis. Toen ik een keer met haar achter de computer zat, wist ik niet hoe je naar de tweede verdieping moest komen. Binnen luttele seconden klikte ze op twee knoppen in het spel: “Nee, papa dan moet je zo en zo”. Kent mijn dochter Engels? Beheerst mijn dochter een computerspel beter dan ik? Nee. Mijn dochter heeft informatie (knop A en knop B) omgezet naar beperkte kennis “als knop A dan knop B = resultaat”. Ze begrijpt niet wat ze doet en snapt de logica achter de opzet van de knoppen niet. Ze heeft wel de kennis, maar niet het begrip. Dit geldt overigens ook over de gemiddelde ICT kennis bij jongeren, ze weten hoe Snapchat of Instagram werkt, maar begrijpen niet hoe.

Het is vaak het gebrek aan begrip waar mensen gevoelig zijn voor vooroordelen. Dit vraagt om de uitdaging van de dialectica. Maar deze uitdaging kan alleen plaatsvinden wanneer je start vanuit de kennis die er is.

Het leren van feiten gaat niet om feiten
Het is een misvatting te denken dat het leren van feiten gaat om het onthouden van feiten. Feiten kan je altijd opzoeken (al helpt het natuurlijk wel als je veel kunt onthouden). Het leren van feiten helpt bij het begrijpen en onthouden van concepten. Feiten vergeet je snel, concepten blijven je hele leven bij, maar kunnen alleen begrepen worden wanneer je de feiten (ooit) beheerst(e). Dr. Marty Lobdell legt dit helder uit. Thomas Frank geeft hieronder de verkorte versie.

Ook het boek make it stick is hier duidelijk over:

“strategies of learning that help students identify and discern complex prototypes […] can help them grasp the kinds of contextual and functional differences that go beyond the acquisition of simple forms of knowledge and reach into the higher sphere of comprehension.”

Peter C. Brown, Henry L. Roediger III, Mark A. Daniel, make it stick, The Science of Successful Learning, p. 55

Het internet wordt minder betrouwbaar
Het internet is een katalysator voor goede bedoelingen en voor kwade. De afgelopen jaren is steeds duidelijker geworden dat onze informatievoorziening steeds onbetrouwbaarder wordt. Kijk bijvoorbeeld naar de informatievoorziening rondom de Brexit en het presidentschap van Trump. Fake news and framing worden steeds meer gemeengoed en ook het recht om vergeten te worden geeft aan welke weg we in de toekomst kunnen inslaan. Eén van de laatste ontwikkelingen in de technologie zijn faked video’s en deze technologie zal onze waarheidsvinding alleen nog maar meer op de proef stellen.

Ook het groeiende wantrouwen naar de gevestigde media geeft ruimte voor vervormingen van de waarheid en regelrechte leugens. Door meer van de wereld te begrijpen en meer vanuit jezelf te weten, ben je meer op je hoede en minder gevoelig voor manipulatie. Daarom is het belangrijk jongeren van een stevig portie kennis van de wereld te voorzien met de vaardigheden om kritisch naar nieuwsvoorziening te kijken (dialectica). Beheersing van de retorica is een derde verdedigingslinie tegen onwaarheden.

Dialectica

Dialectica is het kritisch kijken naar kennis en deze op waarde schatten. Via de dialectica ontdek je wie je bent en ontwikkel je wie je wilt worden. Je daagt de gevestigde orde uit en dwingt hen tot antwoorden.

Dialectic is understood as argument, debate, dialogue, and also of mashing, mixing and joining up ideas.”

Martin Robinson, Trivium 21c – Preparing young people for the future with lessons from the past, p. 117

Zonder dialectica kan de grammatica leiden tot indoctrinatie: het blindelings volgen van feiten en accepteren dat de wereld objectief te benaderen is. Dialectica is het leren vragen stellen en durven twijfelen aan de gevestigde orde, aan de docent, maar ook aan jezelf. In het jaarboek van mijn mentorklas in 2018 schreef ik het volgende:

Twijfel aan jezelf en twijfel aan anderen. Twijfel aan de waarheid, weifel over je keuzes, want de wereld is tegenwoordig zo zeker van haarzelf. Waar beledigen en beledigd worden eenentwintigste-eeuwse vaardigheden beginnen te worden en we onszelf in het midden van het universum zetten zonder te twijfelen aan onze idealen en onze ideeën. Wie twijfelt kan kritisch kijken, naar zichzelf en naar de wereld. Wie twijfelt vernietigt nepnieuws en ontrafelt framing en denkt voordat hij wat roept. Wie twijfelt durft te vragen, staat open om te luisteren, kan overwegen en durft van zijn pad af te wijken als nieuwe kennis een nieuwe route adviseert. Twijfel aan jezelf en aan anderen en vind daar je rust: dat je constant dobbert op de wispelturige zee en niet bent geketend aan de grond. Twijfelen is bewegen, ontdekken, overwegen, proeven, “to drink life to the lees”. Twijfelen is weten dat weten tijdelijk is, constant dobberend naar een bestemming onbekend. Wie twijfelt heeft de wereld.

Dialectica is ook het leren respecteren van andere meningen en ideeën, “twijfelen is weten dat weten tijdelijk is”. Het opent de deur voor innovatie en dialoog. Dit geldt ook voor expressies zoals in de kunst, mischien moet ik wel zeggen, juist in de kunst, waar grammatica en dialectica worden verbonden met emotie en zelfexpressie.

Retorica

“Rhetoric is a peroration, an art of summation, of evualation. It has both an informal and formal role, embracing methods through which young people can become more confident citizens and communicate and celebrate what it is to feel, to think, to be eloquent[…]”

Martin Robinson, Trivium 21c – Preparing young people for the future with lessons from the past, p. 144

Retorica gaat veel verder dan leren hoe Powerpoint werkt, dit is immers een vaardigheid en valt onder de grammatica. Retorica is communiceren, het in staat zijn de omgeving te informeren en te beïnvloeden naar jouw overtuigingen. Aan de andere kant moeten jongeren ook weten wanneer ze worden voorgelogen en retorische middelen herkennen wanneer zij onderwerpen bediscussiëren.

“The art we need to inculcate in our young people is the discrimination of knowing who to listen to and recognizing when they are being conned. We need to understand the art of rhetoric if we are to realize the importance, or otherwise, of what we are being told. Then we will have the power to laugh at or expose falsehood, but not to abuse that power through inarticulate trolling, abuse, or lies, and develop out own personal rhetoric […] this way, children develop their own authority. This confidence should be based not just in the what but also in the how.

Martin Robinson, Trivium 21c – Preparing young people for the future with lessons from the past, p. 152

Retorica gaat dus verder dan Powerpoint, of leren presenteren. Het bouwt de derde verdedigingslinie op en versterkt daarmee ook het zelfvertrouwen en daarmee de zelfredzaamheid van het individu.

 

Niemand kan precies voorspellen wat de toekomst zal brengen. Daarom heb ik ook moeite met de zogenaamde 21st century skills. Mensen raken verwonderd over technologie. Zij vergeten echter dat goed onderwijs in beginsel geen arbeiders moet opleiden, maar mensen die zelfstandig kritische keuzes kunnen maken, weerbaar zijn en zelf kunnen inspelen op de veranderingen van de wereld zodat ze arbeider kunnen worden, of manager, of academicus.

“[..] grammar, dialectic, and rhetoric are arts which are taught a way of thinking that is liberating. An art offers an open-ended approach, as opposed to a discipline where we are trained to follow one path, which is closed.”

Martin Robinson, Trivium 21c – Preparing young people for the future with lessons from the past, p. 49

Robinson vervolgt

[John of Salisbury (c. 1120-1180)] went on to suggest that grammar, dialectic, and rhetoric are arts because they ‘delimit’ the self: they nourish, they enable us to grow, they strengthen the mind towards wisdom from rules or virtue, all of which results in our ‘liberation’.

Martin Robinson, Trivium 21c – Preparing young people for the future with lessons from the past, p. 50

Ik geloof in de kracht van kennis, nee, in de noodzaak van kennis, maar wil mijn leerlingen uitdagen kritisch naar die kennis te kijken. Ik wil mijn leerlingen voorbereiden op een wereld die niemand kan voorspellen. Ik wil leerlingen weerbaar maken, die hun leven vorm geven naar hun eigen idealen en durven te twijfelen. Ik sta open voor de verhouding tussen de drie kunsten van grammatica, dialectica en retorica. Het miskennen van een van deze drie leidt echter, naar mijn mening, tot een ontwrichting van het individu en daar zal je mij vinden in de arena van het onderwijsdebat.

 

Correcties: klassen 6F en 6Q (2017-2019) van het Stedelijk Gymnasium Leiden.

Gevormd of Vervormd?

Ondanks de commissie Dijsselbloem [pdf] lijkt er geen eind te komen aan het aantal meningen over hoe ons onderwijs drastisch op de schop moet. Onlangs las ik op Twitter dat de volgende in rij stond om zijn mening te pareren in een boek: Gevormd of vervormd? Een pleidooi voor ander onderwijs van Jan Bransen. Vaak laat ik de berichten voor wat ze zijn, maar besloot deze keer dit boek gebruiken voor een experiment. Voordat ik begin met het lezen van dit boek wil ik mijn vooringenomenheid laten zien. Een cynisch resultaat van allerlei proefballonnetjes over ons onderwijs. Dan wil ik die vooringenomenheid vergelijken met de inhoud van het boek om te zien waar ik gelijk had en waar niet. Dit boek leek mij zeer geschikt omdat het lijkt dat er een aantal bekende punten naar voren worden gebracht en Jan Bransen niet alleen gereageerd heeft op een aantal Tweets, maar ook heeft aangegeven open te staan voor discussie, waarvoor niets dan lof.

Als docent Engels op een categoraal gymnasium innoveer ik, maar hecht ook waarde aan traditionele manieren van onderwijs.

Ik ben geen onbekende voor nieuwe ideeën in het onderwijs. Er kunnen veel dingen beter, maar er gaat ook veel goed. Ik noem mijzelf kritisch innoverend. Ik laat mij niet snel verwonderen over een nieuw idee en respecteer dat er in het verleden ook veel goed is gegaan. Als docent Engels op een categoraal gymnasium innoveer ik, maar hecht ook waarde aan traditionele manieren van onderwijs.

Voordat ik aan Bransens boek ga beginnen wil ik eerst mijn vooringenomenheid uiteenzetten. Dit is waar ik sta, dit is waar ik voor sta. Het onderwijs wordt voortdurend aangevallen op haar functioneren, waaronder het curriculum.nu. Wij zijn wel wat gewend en hebben al vaak dezelfde plaat gehoord, gespeeld, ondervonden en gezien dat het niet werkt. Ik heb daarentegen niet stilgezeten en zal ook niet stil blijven zitten om te ontdekken wat leerlingen helpt verder te komen in hun zelfontwikkeling.

Wij zijn wel wat gewend en hebben al vaak dezelfde plaat gehoord, gespeeld, ondervonden en gezien dat het niet werkt.

Onderwijs is voor mij het meegeven van kennis en gereedschap voor een kritisch en zelfstandig burger. Hoeksteen in mijn onderwijsvisie is het Trivium 21c. In zijn gelijknamige boek geeft Martin Robinson de drie elementen van goed onderwijs. De eerste is grammatica (de kennisverwerving), het leren over hoe dingen waren en zijn, welke wordt uitgedaagd door de dialectica, het bevragen van de manieren hoe dingen waren of zijn; en worden gecommuniceerd door middel van de retorica, laten zien hoe dingen kunnen zijn.

Onderwijs is voor mij het meegeven van kennis en gereedschap voor een kritisch en zelfstandig burger.

Het is in de eerste plaats belangrijk te kijken wie de spreker is van een groots nieuw onderwijsidee. In het geval van Jan Bransen gaat het om een hoogleraar filosofie gedragswetenschap. Gedragswetenschap kijkt naar het gedrag van mensen. Het zou dan ook logisch zijn dat Bransen vooral op dit aspect naar het onderwijs zou kijken en een waardevolle toevoeging zou geven aan de onderwijsdiscussie. Ik verwacht dat wij op dit vlak qua visie veel overeenkomen, maar helaas heeft Bransen al aangegeven dat er geen gedragswetenschap aan te pas komt. Ik vermoed echter dat hij wel wil inbreken in gebieden waar hij minder expertise in heeft: onderwijskunde en cognitieve wetenschap (waarom werken de hersenen zoals ze werken en hoe kan je leren bevorderen).

Een belangrijk feit dat veel onderwijsvernieuwers vergeten is dat een toevoeging van het één, het verdwijnen van iets anders betekent. Men wil vooral toevoegen, maar geeft geen antwoord op wat er dan uit moet. Er is een beperkte tijd op school die je kunt besteden aan onderwijs. Natuurlijk zijn er varianten die het schoolsysteem loslaten (zoals het Agora) en meer vrijheid bieden, maar ook daar geldt een beperkte tijd voor wat je ze wilt leren. Mijn verwachting is dan ook de Bransen hier niet duidelijk in zal zijn.

Bransen gaat zelfs zo ver dat hij vindt dat ik mijn leerlingen mishandel.

Waar Bransen in zijn communicatie over zijn boek (en waarschijnlijk ook in zijn boek) de plank misslaat is het beschuldigende vingertje dat ik het als docent niet goed doe. Ik vervorm kinderen en geef ze geen ruimte om zichzelf te ontwikkelen, nee, Bransen gaat zelfs zover dat hij vindt dat ik mijn leerlingen mishandel. Natuurlijk niet zo letterlijk verwoord, hij zegt immers heel tactisch dat het systeem kinderen mishandelt, maar als actief lid van dat systeem ben ik daar ook verantwoordelijk voor. Hij heeft deze woorden nog niet teruggenomen.

Bransen is professor aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Op zijn linkedin account kan ik niet achterhalen of Bransen zelf les heeft gegeven op een basisschool of middelbare school, of dat zijn ervaring komt als ouder of leerling. Als het systeem op de schop moet waar je zelf niet in actief bent, verwacht ik ook op zijn minst een verdieping in de geschiedenis van het onderwijs, waarom dingen zijn zoals ze zijn (de grammatica) en welke vernieuwingen er op dit moment plaatsvinden. Bransen heeft echter aangegeven geen van deze te hebben geraadpleegd. Opvallend is het dan dat Bransen zelf aangeeft dat je alleen een goede discussie kunt voeren als je goed geïnformeerd bent.

In een artikel van de Radboud Universiteit stelt Bransen dat het onderwijs failliet is. Ik ben het zeker met hem eens dat het onderwijs onder water staat. Kijk naar het lerarentekort, het gebrek aan respect vanuit de maatschappij, kijk naar alle proefballonnetjes en alle plasjes die men over het onderwijs wil doen. Ik vermoed echter dat Bransen het meer wil leggen op de sociale ontwikkeling die volgens hem ontbreekt in het huidige onderwijs en de huidige samenleving: “Het boek gaat weliswaar over onderwijs, maar eigenlijk gaat het over mensen,” aldus Bransen.

Bransen vervolgt door te stellen dat de mens een zichzelf onderwijzend wezen is. Dat klopt, maar zoals Alain de Botton omschreef in Religion for Atheists:

Uiteindelijk is het doel van al het onderwijs om ons tijd en fouten te besparen. Het is een mechanisme waarbij de samenleving […] op betrouwbare wijze probeert, binnen een reeks van jaren, zijn leden te leren wat de helderste en meest vastberaden van hun voorouders eeuwen van pijnlijke en sporadische inspanningen kostte om te weten.

Religion for Atheists, Alain de Botton, p. 159

Kennis van de wereld is te groot en te veel geworden om alles zelf te ontdekken. Het is tevens ook inefficiënt om alles zelf uit te zoeken. Niet op economisch vlak (al kan dat wel een fijne bijkomstigheid zijn), maar vooral op persoonlijk ontwikkelingsvlak. Hoe sneller je weet wat er was, hoe sneller je kritisch naar die kennis kunt kijken. Picasso kon alleen maar worden wie hij was door te weten (en te kunnen) wat zijn voorgangers wisten en konden. Hier lijkt Bransen overeenkomsten te vertonen met Ken Robinson, die in zijn pleidooi voor meer creativiteit in het onderwijs vergeet dat je kinderen kansen ontneemt door ze van kennis weg te houden en het zelf maar (creatief) uit te laten zoeken.

Kennis is volgens Bransen kunnen, maar dan heb je maar de helft van je verhaal. Je kunt geen Frans praten of Engels schrijven als je geen feitelijke kennis van woordenschat hebt. Je kunt dingen omdat je ze weet en begrijpt. Kennis is geen barrière, maar de motor van zelfontwikkeling.

Kennis is geen barrière, maar de motor van zelfontwikkeling.

Bransen laakt ook de becijfering in het onderwijssysteem. Hij wil (naar ik vermoed) de piketpaaltjes weghalen. Hiermee maak je leerlingen gehandicapt in hun leerproces. Net als een sporter wil een leerling weten wat zijn doel is, waar hij staat ten opzichte van dat doel en en wat hij nog nodig heeft op dat doel te halen. Dit hoeft niet summatief te zijn, hierin zullen wij elkaar vinden. Wat Bransen waarschijnlijk niet weet is dat er in het onderwijs een evolutie gaande is voor meer formatieve toetsing, waardoor leerlingen veel meer vrijheid en inzicht krijgen in hun presteren.

Het hoofddoel van het primair onderwijs is volgens Bransen “het ontwikkelen van zelfvertrouwen door goed te leren rekenen en taal te leren beheersen”. Hier zie ik een lichtpuntje wat betreft kennisverwerving en ik zal op dit punt met veel interesse zijn boek lezen. Voor het voortgezet onderwijs (waarin ikzelf werkzaam ben) pleit Bransen voor twee dagen praktijk. Dat komt neer op ongeveer 12 lesuren minder per week. Ik ben benieuwd wat er wordt opgeofferd.

Als laatste sluit Bransen het artikel dat hij voorstander is van experimenteren. Dat vindt hij niet erg, want kinderen worden nu toch al mishandeld. Ik ben heel benieuwd waarom Bransen zo negatief is over onze samenleving, want zo’n verschrikkelijk slechte invloed heeft ons onderwijs niet op de Nederlandse samenleving. Wat Bransen daarnaast vergeet is dat hij (waarschijnlijk) traditioneel onderwijs heeft genoten en daar nu de vruchten van plukt. Met zijn experiment loopt hij het risico kansen te ontnemen van jongeren zonder dat deze daar inspraak in hebben. Als je zonder kennis van zaken kritisch wilt kijken naar het onderwijs en vanuit een onderbuikgevoel grote veranderingen wilt aanbrengen in het systeem, begrijp je niet welke verantwoordelijkheid docenten iedere dag dragen.

Dit is waar ik nu sta. Ik ga vandaag beginnen met lezen en zien of mijn voorspellingen uitkomen of dat Bransen mij positief weet te verrassen.

Als je zonder kennis van zaken kritisch wilt kijken naar het onderwijs en vanuit een onderbuikgevoel grote veranderingen wilt aanbrengen in het systeem, begrijp je niet welke verantwoordelijkheid docenten iedere dag dragen.