Tijdens het spelen van, met name videospellen, krijgt de speler continu feedback op zijn handelen. Op deze manier kan hij continu betekenisvolle keuzes maken om zijn doelen te behalen. De spellen zijn zo ontworpen dat de speler, de juiste informatie, op de juiste tijd krijgt en de moeilijkheid bouwt op.
Kennis is macht
We kunnen alleen betekenisvolle keuzes maken als we weten welk effect deze hebben op het leerproces. Hiervoor hebben we continu feedback nodig in een veilige situatie. We bouwen zo stapje voor stapje onze kennis op naar een einddoel.
Videospellen spellen kunnen dit heel goed omdat ze continu de speler en zijn acties monitoren. Maar de levels zijn vaak ook zo ontworpen dat ze op het juiste competentieniveau, de speler de juiste actie laten oefenen om verder te kunnen. Hierbij geeft ene spel vaak de illusie dat er vrije keuze is, maar de speler wordt, via feedback, bewogen naar het einddoel. Op deze manier verwerft de speler de vaardigheden om het spel te kunnen uitspelen.
Flow
Feedback kan impliciet en expliciet worden gegeven. In spellen kan ‘afgaan’ simpele, maar essentiële feedback zijn. Aan de andere kant kan een spel ook middels een tekst advies geven. Het belangrijkste is dat de speler zo min mogelijk wordt gestoord in zijn ‘flow’. Het spel Ori and the Blind Forest doet dit heel goed. Wanneer je afgaat, speelt de muziek gewoon door. Je reflecteert maar wordt gelijk gedwongen het nog een keer te proberen. En soms ga je heel snel meerdere keren achter elkaar af. Dit is niet erg. Je hebt oneindige levens, krijgt continu feedback op je keuzes, en wordt bij elke poging weer een stukje beter.
Voortgang en Feedback
Voortgang is een vorm van feedback maar kijkt vooral waar de lerende staat ten opzicht van het doel. Feedback is veel breder en richt zich meer op de specifieke kennis en vaardigheden die op dat moment eigen moeten worden gemaakt.
Onderwijs
In een onderwijs situatie is het niet altijd mogelijk direct feedback te geven.Ja, je kunt veel digitaliseren, maar leerlingen continu achter een scherm zetten heeft ook nadelen. Daarnaast kunnen sommige vaardigheden moeilijker digitaal geoefend worden. De docent moet bij het lesontwerp goed nadenken over het doel, de voortgang, en hoe en wanneer er feedback gegeven gaat worden: wat heeft een leerling nodig om de stof te beheersen en hoe kan dit de flow van het leerproces zo min mogelijk verstoren?





