Communiceren, reflecteren, professionaliseren
et is een veel voorkomende uitspraak: nakijken vraagt tijd die de docent beter had kunnen besteden aan echt contact met de leerling. Docenten zouden ontlast moeten worden, waaronder met AI, zodat de zij meer oog kunnen hebben voor de leerling. Echter, wat veel mensen niet beseffen is dat nakijken onderdeel is van dat contact met de leerling en elke automatisering bij het nakijken niet alleen werk maar ook een stukje menselijkheid ontneemt.
Natuurlijk zijn er genoeg situaties te bedenken waar je als docent wenst dat het nakijkwerk gedaan zou zijn. We hebben het in het onderwijs vaak over de werkdruk, mede door het vele nakijken. Toegegeven toen ik in een schooljaar tachtig opstellen moest nakijken, was het ook wel even aanpoten. Echter, de overheid schrijft niet voor hoeveel toetsen wij moeten geven en op welke manier. Dat ligt bij docenten en hun secties zelf. Soms is er sprake van overmatig toetsen en is de nakijkdruk hier een signaal van. Door dit te automatiseren verlagen we misschien de nakijkdruk bij docenten maar niet de toetsdruk bij leerlingen. Sterker nog, als nakijken sneller en efficiënter gaat, zullen docenten meer geneigd zijn naar dit middel te grijpen zonder de didactische noodzaak te kunnen duiden.
Toetsen zijn om te meten of een leerling bepaalde kennis en vaardigheden voldoende beheerst om verder te gaan in het leerproces. Een nagekeken toets heeft dus waarde voor de docent en de leerling. Echter, toetsen worden ook gebruikt om leerlingen aan het werk te krijgen: “anders doen ze niets.” Om daarna te klagen over werkdruk door het vele nakijkwerk is dan eigenlijk klagen dat het zo vermoeiend is je eigen zweep te gebruiken.
Het zelf nakijken van een toets bewerkstelligt meer dan alleen het uitvoeren van een meting. Een toets is een persoonlijk communicatiemiddel tussen leerling en docent. Hierbij gaat het niet alleen over hun leerproces. Een opmerking als ‘een fijne vakantie!’ of een mooie tekening vanuit een persoonlijke interesse (en verveling) vinden ook hun weg naar het toetsblaadje. In een zeldzaam geval biedt een leerling excuses aan omdat hij of zij niet heeft geleerd. Eén keer schreef een leerling geen Engels opstel maar een brief waarom het voor haar gewoon nu even niet ging; dat er thuis problemen waren.
Een antwoord zelf is meer dan alleen goed of fout. In de eerste plaats geeft een goede toets feedback aan de docent en de leerling of de gegeven stof beheerst wordt. Is het leerwerk niet op orde, of het inzicht? Het kan zijn dat je uitleg niet duidelijk genoeg is geweest, het kan een algemeen motivatieprobleem onder leerlingen zijn, het kan zijn dat de toetsstof niet goed aansluit op je lessen. Door na te kijken reflecteer je als docent op je eigen handelen: ligt het aan mij of ligt het aan hen? Wat hebben leerlingen nodig om het wel goed te kunnen? Wat moet ik nog herhalen? Een slecht gemaakte toets vraagt om een klassengesprek: wat ging er mis? Wat hebben jullie nodig om het beter te doen?
Zelf nakijken kost tijd, maar die vertraging is ook belangrijk. Omdat het nakijken trager gaat, vindt er ook een geleidelijke reflectie plaats. Je neemt als docent de toetsstof stap voor stap door. Daarnaast worden namen persoonlijkheden. Je staat langer stil bij een leerling. Wie is de persoon achter de naam? En nee, natuurlijk geven een aantal antwoorden geen diep inzicht in de persoonlijkheid van een leerling, Ze helpen echter wel bij het zien en begrijpen van de leerling als persoon in de professionele relatie die de docent met de leerling heeft.
Daarnaast word je als docent ook steeds meer ervaren in het nakijken. Wat meet je eigenlijk? Ben je tevreden over het instrument of zou je ook zonder kunnen? Zou je leerlingen ook op een andere manier kunnen meten? Je gaat systemen bedenken, je kent de stof steeds beter uit je hoofd. Je leert zelf van toetsen: wat vinden leerlingen moeilijke vragen en welke vragen begrijpen ze goed? Hoe meer je (bewust) nakijkt, hoe sneller het zal gaan en hoe meer het bijdraagt aan je ontwikkeling als docent. Nakijken is reflecteren en professionaliseren.
Leerlingen zien ook dat je persoonlijke aandacht aan hun toets hebt besteed. Niet omdat er overal feedback bij staat, maar omdat zij zien dat je tijd en moeite in hun werk hebt gestopt. Ik merk het verschil als ik een creatieve opdracht nakijk zonder krul (of aantekeningen) en een creatieve opdracht met enkel een krul. Leerlingen voelen zich minder gezien als je geen persoonlijke aandacht laat zien.
Hoe anders is dat als je het nakijken automatiseert. Bij geautomatiseerd nakijken controleer je de machine, niet de leerling. Heeft het algoritme het wel goed gedaan? Je maakt van leerlingen datapunten, analyseert statistieken, en je raakt daarmee een stukje persoonlijke aandacht kwijt. Het uitbesteden van nakijken kan efficiënter zijn en tijd besparen (en mooie diagrammetjes opleveren). Maar waar bespaar je tijd voor? Het half uurtje of uurtje dat je bespaart bij geautomatiseerd nakijken gaat ten koste van het leren kennen van je leerlingen. Je krijgt er niet meer lessen door noch bespaar je lestijd.
Ik hoor de laatste tijd steeds meer initiatieven om (korte) open vragen door AI te laten nakijken. Een voorbeeld hiervan is CheckMate, een AI nakijktool dat wordt ontwikkeld door CITO en NOLAI. De focus ligt vooral op efficiëntie en consistentie. Maar hoe accuraat is het algoritme? En eigenlijk nog veel belangrijker: wat geef je op door nakijken te automatiseren? De uiteindelijke tijdswinst, als die na de wettelijk verplichte controle van de controlemachine nog over is, staat in schril contrast tot wat we inleveren: een stukje menselijkheid tussen docent en leerling.
Daarnaast loop je het risico dat je op de lange termijn toetsvragen aan gaat passen aan de grenzen van het nakijksysteem. Niet de leerling, maar het algoritme kan dan centraal staan bij het ontwikkelen van een toets. Degenen die roepen dat automatisering onderwijs persoonlijker maakt, beseffen niet dat we van leerlingen nummers maken en van toetsresulaten kille data. Welk probleem wordt er door automatisering opgelost en welke wordt er gecreëerd?
In de eerste plaats ligt nakijkdruk bij de docent zelf. Docenten en secties bepalen hoeveel toetsen ze geven en op welke manier. Het uitbesteden van het nakijken van die toetsen is het opgeven van een stukje persoonlijke aandacht naar de leerling. Een toets is dan ook een waardevol instrument dat met zorg dient te worden behandeld. Het gaat daarbij niet hoe efficiënt we nakijken maar hoe het bijdraagt aan het persoonlijk leerproces van iedere leerling met de docent. Alleen dan houden we de mens centraal in het onderwijs en voorkomen we dat we leerlingen reduceren tot data in diagrammetjes.





