Videospellen streven ernaar de speler een gevoel van competentie te geven: dat het niveau van een spel zich aanpast aan de vaardigheden van de speler en daarmee de speler vaardig maakt en competent laat voelen. In het onderwijs heet dit differentiatie en adaptieve toetsing.

n+1
Een speler, en leerling, voelt zich competent wanneer hij of zij net boven zijn of haar niveau werkt. Wanneer er onder het niveau wordt gewerkt, verveelt het vrij snel. Kinderen willen van nature leren, maar geen oefeningen maken die ze al kunnen. Ook als je op niveau werkt heb je niet het gevoel te ontdekken. Daarom moet een leerling altijd net iets boven zijn of haar niveau werken. We noemen dit in het onderwijs ook wel n+1. De kunst is om de moeilijkheid zo te maken dat de leerling dat de leerling oude kennis en kunde in kan zetten om nieuwe te vergaren.

Spelen op het juiste niveau
Veel competitieve spellen werken, net als bijvoorbeeld voetbal of basketbal, met verschillende leagues of competities om spelers van hetzelfde niveau bij elkaar te zetten. Dit is echter geen wet van Meden en Perzen. In Overwatch worden spelers van verschillende niveaus bij elkaar gezet, maar beide teams zijn in balans ten opzichte van elkaar. Zo wordt een omgeving gecreëerd waar nieuwe spelers kunnen leren van de meer vaardige spelers. Ook in een spel als StarCraft 2 worden spelers van hetzelfde niveau in eenzelfde groep geplaatst. Je kunt tijdens een seizoen naar een hogere of lagere ‘league’ worden verplaatst.

“Gold League in StarCraft 2”, ©2013 Blizzard Entertainment, Inc. All rights reserved, Legacy of the Void and StarCraft are trademarks or registered trademarks of Blizzard Entertainment, Inc. in the U.S. and/or other countries.

In het Nederlandse middelbaar onderwijssysteem is er ook sprake van ‘leagues’. Leerlingen worden geplaatst op MAVO, HAVO en VWO niveau. Deze ‘leagues’ liggen echter wel vast. Je kunt niet makkelijk overstappen naar een ander niveau. Het is de bedoeling dat je een niveau afrondt voordat je naar een hoger niveau gaat. Dit systeem veronderstelt dat je in elk vak even vaardig bent, maar het is vreemd te veronderstellen dat een leerling even goed in Wiskunde is als in Engels. Een leerling neigt te onderpresteren, omdat hij of zij zich verveelt bij vakken waar hij onder zijn niveau moet werken..

In het Britse systeem heb al een stap in die richting. Naast bijvoorbeeld de A-levels, heb je ook de A/S-levels die op een lager niveau liggen. De sleutel ligt hierbij bij het hoger onderwijs. Zij moeten nieuwe toelatingseisen opstellen voor studenten. Dit kan niet simpelweg bijvoorbeeld een VWO-diploma zijn, maar moet worden uitgekristalliseerd worden. NIet welk diploma, maar welke kennis en kunde moeten leerlingen hebben? Op deze manier kunnen leerlingen vakken op verschillende niveau’s volgen.

Onderpresteren
Het risico op onderpresteren kan worden ondervangen door in te zetten op autonomie. Wanneer een leerling een persoonlijk doel voor ogen heeft, een bepaalde opleiding of baan, zal hij of zij veel sneller intrinsiek gemotiveerd raken. Bij ons op school kiest de helft van de leerlingen in klas 6 voor het CAE examen, een internationaal erkend certificaat, wat de leerlingen extra geld en tijd kost. Leerlingen besteden meer tijd en energie in het CAE omdat het doel duidelijk is en het betekenis geeft aan het leerproces. Het zal niet makkelijk zijn een systeem op te zetten waar leerlingen vakken op verschillende niveau’s kunnen volgen, maar het verdiend zeker de aandacht voor een pilot.

Individuele differentiatie
Binnen een bepaald vak moet ook ruimte zijn voor niveauverschillen. Dit is de individuele differentiatie binnen een groep. De doelen blijven hetzelfde, maar de wegen zijn anders of korter. Differentiatie zorgt voor betere betekenisvolle keuzes en autonomie. Dit is niet alleen belangrijk voor de zwakkere leerling, maar zeker ook voor de betere leerling. Het voorkomt dat leerlingen zich vervelen en zorgt ervoor dat ze zich meer kunnen verdiepen. In mijn vijfde klassen maken leerlingen eerst een diagnostische toets om te bepalen of een versnelde route mag volgen. Als je een versnelde route volgt, houd je meer tijd over voor die onderdelen die je lastig vindt en extra wilt oefenen. Er is een keuzepakket met veel extra oefenmateriaal.

Spellen passen zich ook aan hun spelers. Mario en Zelda spellen hebben objecten of wegen om sneller door de makkelijke levels te gaan. Je hoeft niet alles opnieuw te doen, of levels te spelen die te makkelijk zijn. In spellen zoals StarCraft 2 en Overwatch kan je op verschillende manieren extra oefenen, maar je kunt ook meteen tegen menselijke tegenstanders spelen.

Een warpzone om versneld naar een hoger niveau te gaan.
“Optionele training en spelen”, ®2017 Blizzard Entertainment, Inc. All rights reserved. Overwatch is a trademark or registered trademark of Blizzard Entertainment, Inc. in the U.S. and/or other countries.

Adaptief toetsen
In het onderwijs hebben we een krachtig middel genaamd adaptief toetsen. Bij een goed adaptief systeem worden de oefeningen aangepast aan het niveau van de leerling. Maakt een leerling een oefening goed, dan krijg je een oefening van een hoger niveau. Gaat een oefening fout, dan krijg een een nieuwe van hetzelfde of lager niveau. Adaptieve toetsing vergt behoorlijk wat denkwerk van de vakdocent, maar daagt de docent ook uit goed na te denken over de leerdoelen en de wegen om die doelen te bereiken. Adaptief toetsen en werken naar competentie niveau betekent niet dat het einddoel wordt aangepast, maar wel de weg en de te besteedde tijd.

Verschuiving van de cesuur
Een vreemde gedachte die ons systeem wel eens binnensluipt is dat als er voor een toets te weinig onvoldoendes zijn gevallen, de cesuur wordt verhoogd (of in andere gevallen zoals bij het cito, wordt verlaagd). Het cito is een grootverbruiker van deze methode. Dit verlaagt het gevoel van competentie bij een leerling, immers, niet zijn vaardigheden, maar zijn positie ten opzichte van de curve is bepalend of hij iets beheerst. Dit geeft een leerling niet het gevoel te groeien in zijn of haar competenties. Als docenten (en onderwijsinstellingen) moeten we bepalen wat we het te behalen niveau vinden en niet achteraf aan de cijfers gaan sleutelen.

Conclusie
Leerlingen presteren beter als zij op niveau een vak kunnen volgen. Leerlingen moeten de ruimte krijgen om te kiezen makkelijkere of moeilijkere opdrachten te maken, maar de einddoelen blijven hetzelfde. Adaptief toetsen is een belangrijk middel om leerlingen op niveau opdrachten te laten maken. Bij het geven van cijfers moet niet, of zo min mogelijk, gesleuteld worden aan de cesuur om te voorkomen dat leerlingen niet het gevoel krijgen dat ze groeien in hun leerproces.